Fietspad Vechtstraat

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 17/5872

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak Van de enkelvoudige kamer van
6 februari 2018 in de zaak tussen

De vereniging Buurt en Speeltuinvereniging Amsterdam Zuid. te Amsterdam. eiseres
(gemachtigde: mr. M.D. van Aller).

en

Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Zuid van de gemeente
Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. R.J.B. Mekenkamp).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten tot verwijdering
van verkeersborden conform model G11 van bijlage I van het reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 ”verplicht fietspad” op het speciaal daarvoor aangelegde weggedeelte in
de Vechtstraat tussen de Trompenburgstraat en Lekstraat in Amsterdam.

Bij besluit van 29 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heet tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Daarnaast zijn H.J.W. Degenhart, penningmeester van eiseres en D. Neijssel en N. Wattez, overige bestuursleden van eiseres op de zitting verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

– Verklaart het beroep gegrond;
– Vernietigt het bestreden besluit;
– draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming
van deze uitspraak;
– draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres Te vergoeden;
– Veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002.-.

Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres op grond
van haar statuten en feitelijke werkzaamheden geen belanghebbende is in de zin van de
Algemene wet bestuursrecht (AWB). Eiseres heeft zich in beroep tegen dit standpunt gekeerd.

3. De rechtbank overweegt dat eiseres zich inzet voor speeltuinen in Amsterdam-Zuid.
Aan het met het primaire besluit opgeheven fietspad ligt een plein. Op het plein heeft eiseres
een speeltuin en staat een gebouw, waarin zij is gehuisvest. Die speeltuin grenst aan en heeft
een toegang tot het fietspad. Daarmee is eiseres direct belanghebbende in de zin van de AWB.
Verweerder heeft eiseres daarom ten onrechte niet als belanghebbende aangemerkt.

4. De rechtbank verklaart het beroep dan ook gegrond en vernietigt het bestreden
besluit. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze
uitspraak.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat
verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Zij
neemt hierbij in aanmerking dat eiseres wordt bijgestaan door een gemachtigde die als derde
beroepsmatig rechtsbijstand verleent en heeft verleend, De rechtbank vindt hierbij van
belang dat de penningmeester op de zitting heet verklaard dat eiseres een rekening van haar
gemachtigde zal ontvangen voor de door haar verleende rechtsbijstand. Deze kosten van
rechtsbijstand stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op
€ 1,002; (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter
zitting, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van
Mr. F.S. Zwerwer, griffier, op 6 februari 2018

w.g. door mr. E.J. Otten, rechter w.g. door mr. F.S. Zwerver, griffier

Afschrift verzonden aan partijen op 07 FEB 2018

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal
daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State,